Verbetering thema 4: Economische en sociale structuren in Europa 15de-18de eeuw

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Verbetering thema 4: Economische en sociale structuren in Europa 15de-18de eeuw by Mind Map: Verbetering thema 4: Economische en sociale structuren in Europa 15de-18de eeuw

1. Economische en sociale evolutie 16de eeuw: wereldhandel onder leiding van Europa

1.1. Groei van de Atlantische havens

1.1.1. Waarom?

1.1.1.1. Europese ontdekkingsreizen + kolonies => meer handel via Atlantische oceaan

1.1.2. Waar?

1.1.2.1. VB: Lissabon, Antwerpen, Londen, Cadiz, Amsterdam

1.2. Organisatie van de koloniale handel

1.2.1. Beschrijf soort 2: Frankrijk Engeland Verenigde Provincies

1.2.1.1. = in handen van privéondernemingen / handelscompagnieën vb. V.O.C.

1.2.2. Beschrijf soort 1: Spanje en Portugal

1.2.2.1. = monopolie van de koning

1.3. Handelskapitalisme

1.3.1. definitie:

1.3.1.1. systeem waarbij ondernemers gemaakte winsten herinvesteren in handel om nog meer winst te maken

1.3.2. voorbeelden van groei van de banken/kredietwezen

1.4. Atlantische driehoekshandel

1.4.1. Hoe ontstaan?

1.4.1.1. Ontdekking van Amerika => uitroeiing van Indianen => nieuwe werkkrachten nodig

1.4.2. Werking van de Atlantische driehoekshandel

1.4.2.1. stap 1: Europese afgewerkte producten bv. wapens naar Afrika

1.4.2.2. stap 2 Afrikaanse slaven naar Amerika

1.4.2.3. stap 3: Afrikaanse slaven tewerkgesteld op plantages/mijnen => goedkope Amerikaanse grondstoffen bv. suiker naar Europa

2. Groeiende kloof tussen arm en rijk 16de - 18 de eeuw

2.1. Vooraf: ingelijkheid tussen ?

2.1.1. arm : boeren, loon arbeiders <=> grootgrondbezitters, adel, handelaars

2.2. Landbouw en nijverheid

2.2.1. Beschrijf sociale gevolgen: landbouwproletariaat

2.2.1.1. door bevolkingsgroei en efficiëntere landbouwmethode => meer werkloosheid op platteland

2.2.2. vernieuwende landbouw: voorbeelden

2.2.2.1. betere ploeg

2.2.2.2. verbouwen van nijverheidsgewassen en groententeelt i.p.v. alleen graan

2.2.3. Waarom traditionele landbouw: weinig efficiënt

2.2.3.1. verouderde, slechte landbouwmethoden:

2.3. Nijverheid bleef grotendeels kleinschalig

2.3.1. groei plattelandsnijverheid: Kenmerken?

2.3.1.1. boeren gaan ook aan nijverheid doen om rond te komen. Vb: laken, spijkers

2.3.2. sociale gevolgen

2.3.2.1. voor de armen?

2.3.2.1.1. worden uitgebuit door ondernemers

2.3.2.2. voor de rijken/kooplui

2.3.2.2.1. worden zeer rijk door de goedkope arbeid van de arme loonarbeiders

3. Manufacturen, mercantilisme en geplande steden zonder muren (1600-1750)

3.1. Kenmerken steden van de nieuwe tijd

3.1.1. middeleeuwse stadsmuren steeds meer afgebroken

3.1.2. centrum van de stad is koninklijk paleis

3.1.3. steeds meer stadsplanning

3.2. Kenmerken manufacturen = groot bedrijf waar ze gn machines mr spierkracht gebruiken

3.2.1. grote centrale productiehal

3.2.2. handelaar-ondernemer is eigenaar, handarbeiders in dienst

3.2.3. wel toestellen o.b.v. natuurlijke energiebronnen

3.3. belang huisnijverheid tegenover manufacturen

3.3.1. kleinschalige huisnijverheid blijft belangrijkste

3.4. economisch systeem: mercantilisme

3.4.1. doel

3.4.1.1. staat machtiger en rijker maken door positieve handelsbalans

3.4.2. kenmerken

3.4.2.1. goedkope grondstoffen invoeren, afgewerkte producten uitvoeren.

3.4.2.2. verbod op uitvoer van grondstoffen en verbod op invoer van afgewerkte producten

4. In de standenmaatschappij van de Nieuwe Tijd leefde de massa rond de armoedegrens (16de - 18e eeuw)

4.1. samenstelling standenmaatschappij

4.1.1. adel

4.1.2. clerus

4.1.3. 3e stand

4.1.3.1. boeren

4.1.3.2. landarbeiders

4.1.3.3. loonarbeiders

4.1.3.4. handelaars

4.1.3.5. ambachtslieden

4.2. beschrijf de levensomstandigheden van rijken

4.2.1. rijk, luxueuze kleding, woning

4.3. beschrijf de levensomstandigheden van armen

4.3.1. armoedig leven, weinig eten, werkloosheid, epidemies,

4.4. beschrijf de vrijetijdsbesteding van de armen

4.4.1. carnaval/kermissen

4.4.2. herbergbezoek, gokken