De morgen loeit weer aan- Tip Marugg

Comienza Ya. Es Gratis
ó regístrate con tu dirección de correo electrónico
De morgen loeit weer aan- Tip Marugg por Mind Map: De morgen loeit weer aan- Tip Marugg

1. Het hoofdpersoon

1.1. Vlak karakter

1.1.1. Hij heeft geen naam

1.1.2. Veel in zichzelf bezig

1.1.2.1. “En ondanks de vieze braak smaak in mijn mond en keel overviel mij een licht gevoel van blijheid, en dankbaarheid.” Blz. 58

1.1.2.1.1. Flashbacks naar vroeger

1.1.2.2. ‘Het komt ook wel eens voor dat ik tegen drieën wanneer het hanengekraai en de gewetensknaging beginnen beide met een flinke scheut whisky bezweer en het besluit neem buiten te blijven zitten om de zonsopkomst af te wachten. Dit houdt uiteraard in dat nog minstens twee uren gevuld moeten worden met alcoholisch gefilosofeer, maar het is de moeite waard.’ Blz. 93

1.1.2.2.1. Hij kan uren in zijn gedachten over van alles en nog wat denken.

1.1.3. Alcohol verslaving

1.1.3.1. ‘Pils maakt mij loom en somber, whisky maakt mij somber en agressief. Met de alternatieve consumptie van Schotse en Nederlandse aftreksels van gerst haal ik vaak het effect dat ik in drank zoek om mij weer te herscheppen’ Blz. 6

1.1.3.1.1. Hij ziet de drank als enige uitweg van zijn problemen

1.1.3.2. “Ik drink en laat mij meevoeren in mijn roes naar een levensfase die onverwelkt was, omdat ik anders genoegen zou moeten nemen met een rustig en vreedzaam leven” Blz. 37

1.1.4. Depressief

1.1.4.1. ‘En ik vraag haar, al weet ik dat zij nooit antwoord geeft: ben ik ooit gelukkig geweest?´ Blz.104

1.1.4.1.1. Denkt aan zelfmoord

1.2. Geen andere personages

1.3. Eenzaamheid

1.3.1. “Ik heb alle dingen en mensen ver van mij weggedreven. Ik ben moederziel alleen.”Blz 73

1.3.2. 'Als ik er straks niet meer ben, is er dan nog iemand die aan me denkt. Of blijf ik hier voor eeuwig liggen?' Blz. 139

1.3.2.1. Hij zit alleen op een eiland zonder ander personen om zich heen.

1.3.3. “Wanneer ik over negen minuten dood ben, het hart niet meer klopt in mijn koud geworden lichaam, mijn ziel reeds in het hiernamaals toeft, zal het horloge aan mijn pols nog urenlang blijven doortikken" Blz. 142

1.3.3.1. Hij denkt niet somber over de dood maar als iets moois.