Stoornissen

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Stoornissen Door Mind Map: Stoornissen

1. Niet piramidale beweging

1.1. Parkinson

1.1.1. Klachten

1.1.1.1. Hypokinetisch rigide syndroom

1.1.1.2. Asymmetrisch

1.1.1.3. Brady/Hypokinesie en:

1.1.1.4. Susb

1.1.2. Behandeling

1.1.2.1. Farmacotherapie

1.1.2.1.1. Levodopa

1.1.2.1.2. Amantadine

1.1.2.1.3. Anticholinergica

1.1.2.1.4. Apomorfinen

1.1.2.1.5. MAO-B remmers

1.1.2.1.6. COMT remmers

1.1.2.2. Operatief

1.1.2.2.1. Deep brain stimulation

1.1.2.2.2. Palladitomie

1.1.3. Pathogenese

1.1.3.1. Substantia nigra

1.1.4. Diagnostiek

1.1.4.1. DAT scan

1.1.5. Overerving

1.1.5.1. AD: LRRK

1.1.5.2. AR: Parkingen/PINK/DJ1

1.1.6. Ziekten die beeld Parkinson geven

1.1.6.1. Ziekte v Parkinson

1.1.6.2. Multipele Systeem Atrofie

1.1.6.2.1. (MSA)

1.1.6.3. Progressieve supranucleaire verlamming

1.1.6.3.1. (PSP)

1.1.6.4. Corticobasale degeneratie

1.1.6.4.1. (CBD)

1.1.6.5. Lewy Body dementie

1.2. Ataxie

1.2.1. Cerebellaire ataxie

1.2.1.1. Fysiologie Cerebellum

1.2.1.1.1. Cerebullum delen

1.2.1.1.2. Dubbel gekruiste aansturing

1.2.1.2. Symptomen

1.2.1.2.1. Cerebellaire dysarthrie

1.2.1.2.2. Slikstoornissen

1.2.1.2.3. Saccadische intrusies

1.2.1.2.4. Dysmetrie

1.2.1.2.5. Intentietremor

1.2.1.2.6. Dysdiachokinese

1.2.1.2.7. Breed gangspoor/gangataxie

1.2.1.3. Vormen

1.2.1.3.1. Leeftijd

1.2.1.4. Behandeling

1.2.1.4.1. Niet-degeneratief: Oorzaak weghalen

1.2.1.4.2. Degeneratief: Ondersteunend (revalidatie)

1.2.2. Sensore ataxie

1.3. Ticstoornissen

1.3.1. Ticsoorten

1.3.1.1. Voorbijgaand

1.3.1.2. Chronisch Motorisch

1.3.1.3. Vocaal

1.3.1.4. Gilles de la Tourette

1.3.1.4.1. DDx

1.3.2. Specifieke termen

1.3.2.1. Coprolalie

1.3.2.2. Copropraxie

1.3.2.3. Echolalie

1.3.2.4. Palilalie

1.3.2.5. Echopraxie

1.3.3. Etiologie

1.3.3.1. Genetisch

1.3.3.2. Laag geboortegewicht

1.3.3.3. Streptokokkeninfectie

1.3.3.4. Associatie dopaminerg systeem

1.3.4. Therapie

1.3.4.1. Psychoeducatie/gedragstherapie

1.3.4.1.1. Waxing and waning

1.3.4.2. Haldol

1.3.4.3. Clonidine

2. Bewustzijn/aandacht/geheugen/oordeelsvermogen

2.1. Fysiologie

2.1.1. Psychiatrie

2.1.1.1. Trias psychica (status mentalis)

2.1.1.1.1. Cognitief

2.1.1.1.2. Affectief

2.1.1.1.3. Conatief

2.1.2. Associatie cortex

2.1.3. Bewustzijn

2.1.3.1. Aspecten

2.1.3.1.1. Attentieniveau

2.1.3.1.2. Inhoud

2.1.3.1.3. Reflecteren op het eigen zijn

2.1.3.2. Mechanismen laesies

2.1.3.2.1. 1 Hemisfeer met inklemming

2.1.3.2.2. Diffuus van de cortex & witte stof beide hemisf.

2.1.3.2.3. Thalamus beiderzijds

2.1.3.2.4. Hersenstam

2.1.3.3. Glasgow Coma

2.1.3.3.1. Eyes

2.1.3.3.2. Motorisch

2.1.3.3.3. Verbaal

2.1.3.4. Bewustzijnstoestanden

2.1.3.4.1. Vegetatief

2.1.3.4.2. Locked in

2.1.3.4.3. Minimally conscious

2.1.3.4.4. Akinetisch mutisme

2.1.3.4.5. Slow syndrome

2.1.3.4.6. Hersendood

2.1.4. Geheugen

2.2. Delirium

2.2.1. Diagnosticeren

2.2.1.1. Bewustzijnsstoornis

2.2.1.2. Verandering cognitieve functies

2.2.1.3. Verandering perceptieve functies

2.2.2. Psychomotore ontregeling

2.2.2.1. Gemengd

2.2.2.2. Hypokinetische delier

2.2.2.3. Hyperkinetische delier

2.2.3. Delirium model

2.2.3.1. Predisponerende factor

2.2.3.1.1. Precipiterende factor

2.2.4. Acute oorzaken (WHHHHIMP)

2.2.4.1. Wernickes encefalopathie

2.2.4.2. Hypoxie

2.2.4.3. Hypertensieve encefalopathie

2.2.4.4. Hypoglycemie

2.2.4.5. Hypoperfusie

2.2.4.6. Intracraniële bloeding

2.2.4.7. Meningitis/encefalitis

2.2.4.8. Poison (intoxicaties/medicatie)

2.2.5. Therapie

2.2.5.1. Oorzaak behandelen

2.2.5.2. Symptoombehandeling

2.2.5.3. Medicatie

2.2.5.3.1. Haldol (D2-blokker)

2.2.5.3.2. Risperidon/Olanzapine

2.2.5.3.3. Quetiapine

2.2.5.3.4. Parkinson: Clozapine

2.2.5.3.5. Benzodiazepinen

2.3. Dementie

2.3.1. Woordvindstoornis

2.3.1.1. Fonemisch

2.3.1.2. Somatisch

2.3.2. Soorten dementie

2.3.2.1. Alzheimer

2.3.2.1.1. Anatomie

2.3.2.1.2. Kenmerken

2.3.2.1.3. Diagnostiek

2.3.2.1.4. Overerving

2.3.2.2. Lewy Body dementie

2.3.2.2.1. Progressieve cognitieve achteruitgang

2.3.2.2.2. Fluctuatie

2.3.2.2.3. Visuele hallucinaties

2.3.2.2.4. Spontaan parkinsonisme

2.3.2.2.5. Parkinson? Dementie binnen 1 jaar: heet Lewy Body dementie, later: Parkinson.

2.3.2.2.6. Cholinesteraseremmers

2.3.2.3. Vasculaire dementie

2.3.2.3.1. Disconnectie door witte stof laesies

2.3.2.3.2. Dementie icm focale uitvalsverschijnselen/vasculaire afwijkingen

2.3.2.3.3. CADASIL

2.3.2.4. Subcorticale dementie

2.3.2.4.1. Traagheid functioneren

2.3.2.5. Parkinson

2.3.2.5.1. Anatomei

2.3.2.6. Frontotemporale dementie (Pick)

2.3.2.6.1. Anatomie

2.3.2.6.2. Kenmerken

2.3.2.7. Jakob Creutzfeldt

2.3.2.7.1. Anatomie

2.3.2.7.2. Uiteindelijk akinetisch-mutistisch

2.3.2.7.3. Myoclonieën kenmerkend

2.3.2.8. Huntington

2.3.2.8.1. Anatomie

2.3.2.9. Hydrocephalus

3. Emoties

3.1. Fysiologie

3.1.1. Limbisch systeem

3.2. Pathologie

3.2.1. Kinderpsychiatrie

3.2.1.1. Angststoornissen

3.2.1.1.1. Vormen

3.2.1.1.2. Neurobiologisch

3.2.1.1.3. Oorzaken

3.2.1.1.4. Therapie

3.2.1.2. Etiologie

3.2.1.2.1. Kwetsbaarheid

3.2.1.2.2. Oostbloklanden studie

3.2.2. Depressie

3.2.2.1. Diagnose

3.2.2.1.1. Altijd somberheid en/of Anhedonie

3.2.2.1.2. Overig (5/9)

3.2.2.2. Beloop

3.2.2.2.1. Unipolair

3.2.2.2.2. Bipolair

3.2.2.3. Vormen

3.2.2.3.1. Pyschotisch

3.2.2.3.2. Melancholisch

3.2.2.3.3. Atypisch

3.2.2.4. Anti-depressiva

3.2.2.4.1. Werking

3.2.2.4.2. Categorieën

3.2.2.5. Monoamines

3.2.2.5.1. Bijwerkingen direct, werking pas na 2-4 wkn

3.3. DSM assen

3.3.1. 1

3.3.1.1. tijdelijke aard en/of vergoed

3.3.1.1.1. Autismespectrum (PDD/ASS)

3.3.1.1.2. Disruptief

3.3.1.1.3. Ticstoornissen

3.3.1.1.4. Stemmingsstoornissen

3.3.1.1.5. Angststoornissen

3.3.1.1.6. Somatoforme stoornissen

3.3.1.1.7. Eetstoornissen

3.3.1.1.8. Hechtingsstoornissen

3.3.2. 2

3.3.2.1. blijvende aandoeningen

3.3.2.1.1. verstandelijke handicap

3.3.2.1.2. persoonlijkheidsstoornis

3.3.3. 3

3.3.3.1. somatische aandoeningen

3.3.4. 4

3.3.4.1. psychosociale stressfactoren

3.3.5. 5

3.3.5.1. algemene beoordeling functioneren

3.3.5.1.1. GAF

3.3.5.1.2. CGAF

3.3.5.1.3. globale inschatting functioneren (1-100)

4. Taal & Denken

4.1. Schizofrenie

4.1.1. Symptomen (clusters)

4.1.1.1. Psychotisch

4.1.1.1.1. Door hyperdopaminerge toestand (basale kernen)

4.1.1.2. Desorganisatie

4.1.1.3. Negatieve

4.1.1.3.1. Bepaalt prognose

4.1.1.3.2. Door hypodopaminerge toestand (frontaal)

4.1.2. Pathogenese

4.1.2.1. Frontale disconnectie (- sympt)

4.1.2.2. Frontaal hypodopaminerge activiteit

4.1.2.2.1. Problemen werkgeheugen

4.1.2.2.2. Problemen Desorganisatie

4.1.2.3. Compensatoir Limbische hyperdopaminerge activiteit

4.1.2.3.1. Leidt tot wanen

4.1.3. Medicatie

4.1.3.1. Remt dopamine D2 receptor

4.2. Autismespectrum

4.2.1. Symptomen

4.2.1.1. Stoornis sociale interacties

4.2.1.2. Communicatiestoornis

4.2.1.3. Beperkte interesse/bezigheden

4.2.1.4. 60% IQ<70

4.2.2. Autisme presenteert <30 levensmaanden

4.2.3. Asperger

4.2.3.1. Milde vorm

4.2.3.2. Redelijke spraakontwikkeling

4.2.4. PDD-NOS

4.2.4.1. Stoornis wederkerige sociale interactie

4.2.5. Therapie

4.2.5.1. Pscyho-educatie

4.2.5.2. Somatische zorg

4.2.5.3. Psychosociale behandeling

4.2.5.4. Hulp ouders en oudertraining

4.2.5.5. Medicatie

4.3. Spraak-, taal- en leerstoornissen

4.3.1. Spraak

4.3.1.1. Fonologie

4.3.1.2. Semantiek

4.3.1.3. Morfologieo

4.3.1.4. Syntaxis

4.3.1.5. Pragmatiek

4.3.2. Taalontwikkeling

4.3.2.1. Prelinguaal

4.3.2.2. Vroeg linguaal

4.3.2.3. Differentiaal fase

4.3.2.4. Voltooiingsfase

4.3.3. DSM criteria

4.3.3.1. Taalniveau lager dan non-verbale intelligentie

4.3.3.2. interfereert met schoolresultaten

4.3.3.3. Geen pervasieve ontwikkelingsstoornis

4.3.3.4. Taalproblemen erger dan verwacht

4.3.4. Leerstoornissen

4.3.4.1. Dyslexie

4.3.4.1.1. Diagnose

4.3.4.1.2. Behandeling

4.3.4.2. Dyscalculie

4.3.5. Dysartrie

4.3.5.1. Bulbair

4.3.5.2. Extrapiramidaal

4.3.5.3. Pseudo-bulbair

4.3.5.4. Cerebellair

4.3.6. Afasie

4.3.6.1. Broca

4.3.6.2. Wernicke

4.3.6.3. Amnestische

4.3.6.4. Globale

4.4. Denkstoornis

4.4.1. Waan

4.4.1.1. Betrekkingswaan

4.4.1.2. Religieuze waan

4.4.1.3. Paranormale waan

4.4.1.4. Beïnvloedingswaan

4.4.1.5. Paranoïde waan

4.4.1.6. Grootheidswaan

4.4.1.7. Nihilistische waan

4.4.2. Hallucinatie

4.4.3. Psychose

4.5. DDx psychose

4.5.1. Somatisch

4.5.2. Acuut psychotisch

4.5.3. Waanstoornis

4.5.4. Temporaalepilepsie

4.5.5. Dementie

4.5.6. Stemmingstoornis

4.5.7. Schizofrenie

4.5.8. Overig (post partum/waanstoornis)

5. Gedrag

5.1. Jeugd

5.1.1. Stoornissen

5.1.1.1. Internaliserend

5.1.1.2. Externaliserend

5.1.2. Pathofysiologische mechanismen

5.1.2.1. Underarousal

5.1.2.2. Neuropsychologische tekorten

5.1.2.3. Sociale informatieverwerking

5.1.2.4. Genetisch

5.2. Verslaving

5.2.1. Farmacologie

5.2.1.1. Abstinentiesyndroom

5.2.1.1.1. Effecten

5.2.1.1.2. Tolerantie

5.2.1.1.3. Afkicken = overstimulatie sympaticus

5.2.1.2. Craving

5.2.1.3. Partiele D-agonist (??)

5.2.1.4. Medicamenteuze behandeling

5.2.1.4.1. Partiële dopamine receptor agonisten

5.2.1.4.2. Opioïdreceptor antagonisten

5.2.1.4.3. Clonidine

5.2.1.4.4. Methadon en buprenorphine

5.2.1.4.5. Precursors noradrenaline

5.2.2. Alcoholverslaving

5.3. Dwang

5.3.1. Parens patriae

5.3.2. Doel

5.3.2.1. Medisch (behandelen aandoening)

5.3.2.2. Juridisch (afwenden gevaar)

5.3.3. Oorzaak stijging aantal

5.3.3.1. Maatschappelijke druk

5.3.3.2. Veranderende opvattingen

5.3.3.3. Demografische veranderingen

5.4. Anti-sociale persoonlijkheidsstoornis

5.4.1. DSM AS II

5.4.2. DSM IV criteria

5.4.2.1. Rechten anderen schenden (>15)

5.4.2.2. >18 jaar

5.4.2.3. Aanwijzingen gedragsstoornis <15 jaar

5.4.3. Omgaan met problemen

5.4.3.1. Externaliseren

5.4.3.2. Somatiseren

5.4.4. Agressie

5.4.4.1. Instrumenteel

5.4.4.2. Emotioneel/reactief

5.4.5. Behandeling

5.4.5.1. Motivatie is noodzakelijk!

5.4.5.2. Fysiek

5.4.5.2.1. Medicatie

5.4.5.2.2. Toezicht

5.4.5.2.3. Detentie

5.4.5.3. Psychisch

5.4.5.3.1. Cognitieve gedragstherapie (in groep)

5.4.5.3.2. Huiswerkopdrachten

5.4.5.3.3. Voorspellen situaties van probleemgedrag

6. Pijn

6.1. Fysiologie

6.1.1. Organisatie pijnsysteem

6.1.1.1. Receptoren

6.1.1.1.1. Gnostisch

6.1.1.1.2. Vitaal

6.1.1.2. Waar?

6.1.1.2.1. Nociceptie

6.1.1.2.2. Perceptie

6.1.1.3. Actiepotentialen

6.1.1.3.1. Substance P release

6.1.1.3.2. CGRP release

6.1.2. Pijninhibitie

6.1.2.1. Laesie somatosensibele schors = Pijn, lokalisatie niet mogelijk

6.1.2.2. Insula

6.1.2.2.1. Viscerosensibele informatie

6.1.2.2.2. Achterste deel

6.1.2.2.3. Voorste deel

6.1.2.2.4. Sensibele deel autonome zenuwstelsel

6.1.2.3. Frontaalschors

6.1.2.3.1. Signaal somatosensibele schors

6.1.2.3.2. Signaal limbisch systeem

6.1.2.3.3. Verwachtingen beïnvloeden mate van pijn

6.1.2.3.4. Verborgen toediening, minder goede werking dan 'open' (test de werking!)

6.1.3. Fasen

6.1.3.1. Detectie periferie

6.1.3.2. Transmissie dorsale hoorn

6.1.3.3. Transport hogere hersencentra

6.1.4. Modulering

6.1.4.1. Sensitisatie door prostaglandines

6.1.4.2. Prostaglandines komen uit COX 1 en 2

6.2. Analgetica

6.2.1. Opioïden

6.2.1.1. Opiaat

6.2.1.2. Opioïd

6.2.2. Niet-opioïden

6.2.3. Lokale anaesthetica

6.3. Pijn bij kanker

6.4. Polyneuropathie

6.4.1. Gevoelloosheid

6.4.2. Neuropathie n.peroneus

6.4.2.1. Waardoor klapvoet

6.4.3. Familiaire neuropathie

6.4.3.1. Holvoeten

6.4.3.2. Hamertenen

6.4.4. Oorzaken

6.4.4.1. Chronisch Idiopatisch Axionale Polyneuropathie (CIAP)

6.4.4.2. Chronisch Inflammatoire Demyeliniserende Neuropathie (CIDP)

6.4.4.2.1. Chronische vorm GBS

6.4.4.3. Diabetes Mellitus

6.4.4.3.1. Symmetrisch

6.4.4.3.2. Distaal

6.4.4.3.3. Sensibel

6.4.4.4. Alcohol Neuropathie

6.4.4.4.1. Symmetrisch

6.4.4.4.2. Sensibel

6.4.4.4.3. Spierzwakte

6.4.4.4.4. Verlaagde/Afwezige Achilles Pees Reflex

6.4.5. Chronische pijn

6.4.5.1. Long-term potentiation

6.4.5.1.1. Verhoogde gevoeligheid

6.4.5.2. Voorbeelden

6.4.5.2.1. RA

6.4.5.2.2. Gordelroos

6.4.5.2.3. Hernia nuclei pulposi

6.4.5.2.4. Wallenberg syndroom

6.5. WHO pijn ladder

6.5.1. Non-opioïd

6.5.2. Mild tot matig

6.5.2.1. Codeine tramadol

6.5.3. Sterk

6.5.3.1. Oxycodon

6.5.4. Morfine, fentanyl etc

7. 'Onbegrepen lichamelijke klachten'

7.1. Shocken

7.2. Somatisch onbegrepen klachten

7.3. Peri-partum

7.4. Voorbijgaande uitval